Elfde generatie
Kinderen Arent Alles van der Sluis (1849 - 1911)


4.1.5.7.1
ALLE WYTZES ARENTS, zuiveldirecteur, gemeenteontvanger, procuratiehouder

26-11-1870 Appelscha - 20-1-1946 Gorredijk
x Jeltje Zwart, Ooststellingwerf 23-5-1893
23-1-1867 Appelscha - 17-2-1927 Gorredijk
dv Hendrik Hendriks Zwart en Anna van den Bosch
x Maria Piso, Sneek 4-11-1929
7-5-1883 Workum - 27-10-1958 Gorredijk
dv Jacob Piso en Jetske Boersma

Sinds het verschijnen van het familieboek zijn er enorm veel bronnen beschikbaar gekomen. Zo was ons in het begin nauwelijks iets bekend over Alle Wytzes. Behalve dat hij procuratiehouder was, stond ergens genoteerd dat hij zeven talen sprak en in een schandaal verwikkeld was geweest. Inmiddels zijn we veel meer over zijn leven te weten gekomen. In de archieven komen meerdere personen met de naam A.W. van der Sluis voor. Deze Alle Wytzes zal er zelf ook last van hebben gehad, daarom noemde hij zich meestal Alle Wytzes van der Sluis Azn., zoon van Arent dus.
Net als andere leden van de Appelschaster tak was Alle Wytzes een prima schaatsenrijder. Op 21 januari 1880 won hij bij een wedstrijd in Appelscha in de categorie jongens van 8-10 jaar een portemonnaie met geld. Twee weken later won hij 2 gulden, weer in Nieuw-Appelscha.
Geld is in zekere zin een rode draad in het leven van Alle Wytzes geworden.

De volgende keer dat zijn naam opduikt, is in de rolboeken van de rechtbank in Heerenveen. Op 22 juli 1889 werd hij veroordeeld tot 50 gulden boete of 15 dagen hechtenis wegens beleediging van een ambtenaar enz., wegens wederspannigheid en opzettelijke en wederrechtelijke beschadiging. Terwijl Alle Wytzes nog op het gymnasium in Assen zat, werd hij in maart 1890 opgeroepen voor de militaire keuring. Hij werd vrijgesteld wegens gebreken, met als reden ‘Gezichtsonderzoek’. Enkele maanden daarna behaalt hij zijn diploma gymnasium A.

Of Alle Wytzes daarna een gerichte opleiding heeft gevolgd is niet duidelijk. Hij was nog maar 22 jaar toen hij werd aangesteld als directeur van de pas opgerichte zuivelfabriek in Zweeloo, tegen een salaris van f 450 per jaar. In die jaren werden in Drenthe naar Fries voorbeeld in hoog tempo coöperatieve zuivelfabrieken opgericht. Hij is echter maar een half jaar in Zweeloo gebleven, want voor de nieuw te bouwen stoomzuivelfabriek in Westerbork was men op zoek naar een directeur met ervaring, die ook als boekhouder en botermaker zou kunnen fungeren. Het jaarsalaris werd vastgesteld op fl. 650, maar omdat er grote bedragen in de fabriek zouden omgaan, moest de nieuwe functionaris een borgtocht van fl. 1500 betalen. In datzelfde jaar 1893 verkocht Alle Wytzes het erfdeel van zijn moeder Margje Reinders voor fl. 2500. Van dit bedrag zal hij de borg hebben betaald.
Unaniem koos het bestuur Alle Wytzes van der Sluis Azn. als directeur. In overleg met hem ging het bestuur op zoek naar een machinist, wiens salaris 8 gulden per week zou bedragen. Bij de fabriek moest een directeurswoning komen met een schuur met daarin een paardenstal, turf/kolenhok, een ijskelder en ruimte voor de opslag van veekoeken.
Nog geen week later besloot de gemeente Westerbork om de pas aangestelde directeur tevens aan te stellen als gemeenteontvanger. De vorige ontvanger was plotseling overleden en de boeken van de gemeente waren niet op orde, er moest dus snel iemand komen om de boel in goede banen te leiden. Er was echter een klein probleem: met 22 jaar was Alle Wytzes (in die tijd) nog niet meerderjarig, en Gedeputeerde Staten van Drenthe wilden de benoeming daarom intrekken. Alle Wytzes zelf zag de dubbelfunctie wel zitten, en de oplossing was daarom snel gevonden: hij trouwde zo snel als mogelijk was met de 26-jarige Jeltje Zwart, de dochter van Hendrik Hendriks Zwart, eigenaar van het Compagnonshotel aan de Vaart. Haar broer was directeur van de zuivelfabriek in Dalen.
Nu was Alle Wytzes wettelijk meerderjarig. Een van de getuigen bij het huwelijk was zijn tachtigjarige grootvader, grootvervener Alle Wytzes van der Sluis uit Appelscha, naar wie hij – inclusief patroniem – werd genoemd. In de huwelijksakte staat als beroep van de bruidegom: directeur eener zuivelfabriek. Huwelijksstrategieën waren de Van der Sluizen niet vreemd, dus pake stond ongetwijfeld achter de keuze van zijn kleinzoon.

In het begin vielen de resultaten van de fabriek tegen. Een uitgebreide en interessante beschrijving van de problemen valt te lezen in De Fabriek - De historie van de zuivelfabriek in Westerbork, van Js Lubberts. Toch waren er ook lichtpuntjes: enkele maanden na de opening werd de boter van de fabriek op een internationale voedingstentoonstelling in Brussel bekroond met een zilveren medaille. Kort daarna kreeg de Coöperatieve Stoomzuivelfabriek te Westerbork op initiatief van Koning Emma het predicaat Hofleverancier. Afgezien van enkele mechanische problemen zag de jonge directeur zich geconfronteerd met een nieuw probleem: sommige boeren dachten de melkprijs te kunnen opschroeven door te knoeien met de melk. Een tiental boeren moest wegens melkvervalsing voor de rechter verschijnen.
Begin 1895 deed zich een andere kwestie voor. Alle Wytzes diende onverwacht een verzoek in om per 1 februari van dat jaar eervol ontslag te krijgen, zonder opgaaf van redenen. Het bestuur rook onraad en wilde eerst rekening en verantwoording van de directeur zien, waarop Alle Wytzes zijn verzoek schielijk introk. Lang verhaal kort: het fabrieksbestuur had het goed gezien, want er bleek een nadelig saldo te zijn van enkele duizenden guldens. Het tekort werd niet alleen veroorzaakt door de lagere boterprijs, de melkvervalsing en de defecte karnmachine, er bleek ook een kastekort te zijn. De directeur werd ontslagen, hij moest de directeurswoning verlaten en het tekort aanzuiveren. Er bleek bij hem echter niks te halen, dus moest het bestuur een extra lening aangaan.
Er kwam een nieuwe directeur, maar ook deze had er de handen vol aan om een goede boterprijs te bereiken. Intussen gingen er in het dorp geruchten dat er plannen waren om een particuliere handzuivelfabriek op te richten. De initiatiefnemer daarvan bleek Alle Wytzes te zijn. Hij kocht begin 1896 uit een executoriale verkoop een pand op de hoek van de Hoofdstraat en de Zandhoek, notabene het huis waar zijn voorganger, de plotseling overleden gemeenteontvanger had gewoond. Hij beloofde de boeren dezelfde prijs te betalen als zijn vorige werkgever. Voor de toelevering van melk voor zijn boterfabriek ‘Drenthina’ richtte Alle Wytzes zich vooral op boeren in Orvelte: zij leverden relatief grote hoeveelheden melk, maar in hun regio speelden tegelijkertijd de grootste kwesties met melkvervalsing. Al met al werd de handzuivelfabriek geen succes: Drenthina heeft slechts ongeveer een jaar bestaan.


Briefhoofd Alle Wytzes van der Sluis Az.

In een brief (met het bovenstaand briefhoofd) aan haar grootouders in Appelscha is echtgenote Jeltje nog positief gestemd:
Ik gevoel mij al geheel weer op mijn gemak hier in W. Wij hebben eene heel mooie woning, eene recht gezellige voorkamer, bijna nog mooijer dan in ’t fabriek, ’t uitzicht is veel aardiger, en dan een vrij ruime keuken, een kantoortje en een kelder. ’t Is alles niet groot, doch voor ons groot genoeg. 't Is ook een heel aardig fabriekje, alles mooi ingericht en er komt melk ruim genoeg, dat staat er dus best voor. Wij hebben ook een flinke tuin erbij, waarin (we) behalve groenten, denkelijk aardappelen genoeg verbouwen kunnen; voor ’t huisje nog gelegenheid om bloembedden aan te leggen, maar daar zal het dit zomer wel niet van komen. Wij hebben den boel nu bijna in orde, nog een paar dagen schoonmaken.

Ondanks zijn beschadigde reputatie was Alle Wytzes nog steeds gemeenteontvanger, tegen een salaris van f 230 per jaar voor acht uur per week. Waarschijnlijk besefte hij dat dit niet meer zo lang zo duren, gezien het onderstaande artikel in de provinciale Drentsche en Asser Courant.

Westerbork, 21 mei 1897. Tegenwoordig alle leden. Ingekomen is een request van den heer A.W. van der Sluis Azn, gemeente-ontvanger, met verzoek hem als zodanig eervol ontslag te verlenen, daar hij om buitengewone omstandigheden deze gemeente denkt te verlaten. In overleg met burg. en weth. stelt de voorzitter voor hem geen ontslag te verleenen, doch hem voorlopig te schorsen, hetwelk na eenige bespreking onderling met algemene stemmen wordt aangenomen. Niets meer aan de orde zijnde wordt deze vergadering gesloten.

Hij probeerde dus, net als enkele jaren eerder bij de Stoomzuivelfabriek, om eervol ontslag te krijgen. Binnen enkele dagen bleek om welke buitengewone omstandigheden het ging. In de krant verschijnt op 26 mei 1897 het onderstaande bericht:



Vanaf dit moment is Alle Wytzes lange tijd onvindbaar in de archieven; hij lijkt van de aardbodem te zijn verdwenen. Men hield er rekening mee dat hij vertrouwde op contacten onder boterafnemers in Engeland. Ook echtgenote Jeltje was op zoek naar hem, gezien de volgende oproep:

Bij exploit, op den 30 Juni 1897, door mij ondergeteekende Deurwaarder uitgebracht, is ten verzoeke van Jeltje Zwart, gedomicilieerd en verblijf houdende te Westerbork gedagvaard: ALLE WIJTZES VAN DER SLUIS, tot voor korten tijd gemeente-ontvanger te Westerbork, thans zonder bekende woon- of verblijfplaats, om den zevenden September 1897, ’s morgens te tien uur, te verschijnen voor de Arrondissementsrechtbank te Assen, strekkende de tegen den gedaagde ingestelde vordering tot ONTBINDING door ECHTSCHEIDING van het tusschen partijen bestaand huwelijk. Assen 1 Juli 1897. R. Mulder, deurwaarder.

Op 31 mei 1897 was ‘de gevluchte gemeenteontvanger van Westerbork’ al officieel failliet verklaard. Een jaar later blijkt dat hij inderdaad het Kanaal is overgestoken, want bij de verdeling van de erfenis van zijn grootmoeder Reinders staat dat hij 'verblijvende in Londen' is. Burgemeester Kijmmell van Westerbork is curator in zijn faillissement. Eind 1902 is er van Alle Wytzes blijkbaar nog steeds geen spoor, want de oproep van Jeltje Zwart verschijnt weer een aantal malen. De enige verandering is dat Jeltje nu ‘wonende en verblijvende te Appelscha’ is. In de tien jaar hierna is er niets over de voortvluchtige in de archieven te vinden. De greep in de gemeentekas zal ongetwijfeld een strafrechtelijk gevolg hebben gehad. Of iemand het ontvreemde bedrag heeft aangezuiverd en een mogelijke boete heeft betaald, valt helaas niet na te gaan.
Later blijkt echter dat de scheiding niet is doorgegaan. Blijkbaar is Alle Wytzes weer opgedoken, want op 29 januari 1912 maakt hij voor de notaris in Appelscha zijn testament op en benoemt zijn echtgenote Jeltje Zwart tot enig erfgenaam. Ook vindt in dat jaar de verdeling plaats van de erfenis van zijn vader Arent A. van der Sluis. Alle Wytzes en zijn broers en zuster ontvangen elk iets meer dan 6000 gulden. Eind dat jaar verkoopt hij een bosperceel van 6 ha. in Haule. Als beroep staat in de akte: machinist te Rotterdam. Volgens het bevolkingsregister van Rotterdam is Alle Wytzes daar ingeschreven in 1912, komend vanuit Utrecht. Daar had hij zich op 6 februari 1912 gevestigd vanuit…. Philadelphia (USA). De verhoudingen waren blijkbaar hersteld, want Jeltje verhuist in 1912 vanuit Ooststellingwerf en komt bij Alle Wytzes aan de Vletstraat in Rotterdam wonen. In 1917 vertrekken ze samen naar Opsterland.

Jeltje overleed op 27 februari 1927. Alle Wytzes werkt dan al als procuratiehouder/boekhouder bij de fa. J.I. de Jong in Gorredijk, die producten leverde voor de zuivelsector. Het bedrijf bestaat nog steeds, alleen heeft het nu een andere naam. Twee jaar na haar overlijden trouwt Alle Wytzes met Maria Piso uit Workum, dochter van een caféhouder uit Sneek. Zijn werkgever J.I. de Jong is getuige bij het huwelijk. In 1946 overlijdt Alle Wytzes. Te oordelen naar de teksten van de overlijdensadvertenties heeft hij zich gerehabiliteerd en zich voortreffelijk ingezet voor zijn nieuwe werkgever.



Informatie omtrent de zuivelfabriek Westerbork afkomstig uit het boek "De Fabriek - de historie van de zuivelfabriek in Westerbork" van Js Lubberts. Hiervoor mijn welgemeende dank. Uitg. Historische Vereniging Gemeente Westerbork, 2005

4.1.5.7.2
HENDRIK REINDERS ARENTS, caféhouder, boer

23-4-1872 Appelscha - 3-6-1931 Smilde
x Esther Dijkman, Groningen 3-12-1903
31-12-1870 Groningen - 4-4-1960 Groningen
dv Jan Dijkman en Harmanna Taapken

1. Margje 15-9-1904 Groningen - 27-7-1974 Groningen, x Bernardus Christianus Konigers, rijwielhersteller, Groningen 3-12-1962
2. Harmanna 1-10-1906 Groningen - 31-10-1955 Groningen
3. Aukje 30-10-1907 Groningen 24-11-1994 Assen, x Jelle Gerkes, electricien, Smilde 28-6-1935
4. Sophia 17-1-1914 Appelscha - 3-5-2000 Assen, x Willem van Buren, steward KLM, Rotterdam 4-5-1938


Hendrik Reinders van der Sluis

Hendrik Reinders van der Sluis, geboren in Appelscha aan de Vaart, is net als zijn broer Alle Wytzes op een enigszins eigenaardige manier vernoemd, namelijk naar zijn grootvader (en vervener) Hendrik Jans Reinders. Over zijn jeugd is weinig of niets te vinden, maar op 31 oktober 1890 blijkt hij in Amersfoort te wonen, waar hij voor zes jaar heeft getekend als vrijwilliger bij het 1e regiment Veldartillerie in de functie van ‘stukrijder’. Volgens het Groot Woordenboek der Nederlandse taal is een stukrijder een militair die, gezeten op één van de voor een stuk veldgeschut gespannen paarden, de bespanning bestuurt. Ongetwijfeld was Hendrik Reinders een zeer vaardige ruiter. Dankzij deze ‘eigen dienst’ wordt hij vrijgesteld van de normale dienstplicht.
Na zijn tijd in Amersfoort vestigt hij zich in Groningen, waar hij hoofdagent wordt van de Zwolsche Stoom-bierbrouwerij en ijsfabriek. Ook bemiddelt hij in die functie bij de verhuur van horecagelegenheden.


Op 3 december 1903 trouwt hij met Esther Dijkman, dochter van een schoenmaker in Groningen. Haar godsdienstige overtuiging is evangelisch-luthers, die van haar man ‘geen’. Intussen is Hendrik Reinders voor zichzelf begonnen, hij drijft een cafeetje aan het Gedempte Zuiderdiep 38. Waarschijnlijk is de omzet niet om over naar huis te schrijven, want hij dient een protest in bij de gemeente tegen de volgens hem te hoge aanslag van fl. 50 voor het vergunningenrecht. Hij geeft aan dat hij slechts in één klein lokaal en uitsluitend per glas (en dus niet per fles) alcohol verkoopt.
In 1912 verkoopt hij voor fl. 4264 een aantal percelen land in Appelscha, afkomstig uit de erfenis van zijn vader Arent Alles van der Sluis. Later dat jaar keert hij met zijn gezin terug naar Appelscha. Hij neemt een hypotheek op een aantal huisjes en erf ten noorden van de achtervaart aan de oostkant van de 6e wijk, met bijbehorend bouwland, eveneens afkomstig uit de erfenis van zijn vader. Hendrik Reinders is nu ‘landbouwer’ in Appelscha. In de loop der jaren sluit hij diverse hypotheken af, maar koopt zelf ook onroerend goed. In 1921 ziet het er somber uit: Hendrik Reinders verkoopt voor fl. 16.820 zijn boerenhuis ten noorden van de Nieuwe Vaart en ten oosten aan de 6e wijk, met bouwland, fenne en weiland aan Harm Jippes Hoogeveen uit Lippenhuizen. De opbrengst was blijkbaar net genoeg om alle schulden af te lossen.

Enkele maanden later leent hij fl. 2000 van Jan van der Vegt uit Gorredijk. Broer Alle Wytzes, die zijn eigen financiële verhaal had, staat borg. Hij koopt een café bij de Grietmansbrug in Hogersmilde en pakt zijn oude vak als herbergier weer op. In zijn Café Van der Sluis vinden diverse verkopingen plaats van heidevelden, hout en huizen. Volgens verhalen schuwde Hendrik Reinders zelf de alcohol ook niet. Als hij een rode zakdoek op zijn hoofd had, was het verstandig om bij hem uit de buurt te blijven, zei men.
In 1931, vlak voor zijn dood, verkoopt hij zelf 12 percelen hoogveen, gelegen op Duikersloot. Na zijn dood heeft zijn vrouw Esther Dijkman het café nog een aantal jaren voortgezet, maar in 1936 verkoopt ze het bedrijf voor fl. 1860 en vertrekt ze samen met haar dochter Margje weer naar Groningen.
Margje is op latere leeftijd getrouwd. Dochter Harmanna verhuist in 1930 naar huize Maasoord in Poortugaal, zes jaar later naar Verlengde Hereweg 139 in Groningen. Aukje werd modiste/naaister en trouwde met Jelle Gerkes uit Smilde. Sophia werd kapster in Amsterdam en trouwde met Willem van Buren. Hij was steward bij de KLM en was een van de slachtoffers van de vliegramp op Shannon (Ierland). Ze vertelde ons dat ze als kinderen geen leuke jeugd hadden gehad.

4.1.5.7.4
AUKJE ARENTS

23-9-1875 Appelscha - 12-1-1946 Bilthoven
x Willem de Vries, kommies der posterijen, Ooststellingwerf 17-9-1900
10-2-1873 Assen - 26-8-1955 Bilthoven
zv Hendrik de Vries en Johanna Wilhemina Abbring

Uit dit huwelijk: 1. Johanna Wilhelmina (1901) x de Bruyne 2. Arentina Martha (1904) x Karel Peletier, directeur RHBS te Winschoten


Aukje de Vries-van der Sluis met haar twee dochters,
links Johanna Wilhelmina, rechts Arentina Martha.


4.1.5.7.6
WILHELMUS ARENTS, boer te Appelscha

10-2-1884 Appelscha - 18-9-1962 Appelscha
x Grietje van der Veen, Opsterland 23-5-1915
4-7-1889 Nij Beets - 23-12-1965 Appelscha
dv Jacob van der Veen en Willemke Pebesma

1. Arentina Martha 4-2-1916 Appelscha, te Emmen, x Pieter Boersema, locatiechef Groningen, 13-10-1938
2. Willemina Jacoba 13-9-1919 Appelscha, te Emmen, x Joseph Zanda, Ooststellingwerf 19-3-1948, gescheiden, x Johannes Hermanus Dupont, reisleider, Amsterdam 22-12-1954
3. Arent 19-6-1922 Appelscha - 17-5-1944 Rees (Dld)
4. Jacob 21-5-1926 Appelscha, te Emmercompascuum, x Alida Pieters, Den Haag 30-9-1956

Wilhelmus van der Sluis was oorspronkelijk voorbestemd om het onderwijs in te gaan, want in maart 1898 nam hij deel aan het toelatingsexamen voor de Rijksnormaallessen in Groningen. Op 1 april werd hij geplaatst op de opleiding. In Delpher is verder niets te vinden over hoe het hem daar is vergaan, dus waarschijnlijk heeft hij ervan afgezien. Op 16 december 1903 wordt hij bij de militaire keuring ‘tot den dienst aangewezen’. Zijn lengte staat exact vermeld: 1 m. 659 mm. Enkele maanden later wordt hij ingelijfd bij het Regiment Infanterie, maar op 30 november van dat jaar wordt hij met ‘groot verlof’ gestuurd. Te oordelen naar het onderstaande fragment van de Militieregisters hoefde Wilhelmus niet continu beschikbaar te zijn. ‘Groot verlof’ houdt in dat militairen, vooral in het oogstseizoen, de mogelijkheid kregen om thuis op de boerderij mee te helpen.


Een strafblad was blijkbaar niet of nauwelijks van invloed op zijn militaire loopbaan, want volgens de Rolboeken van 23 juli 1908 werd Wilhelmus (24 jaar) samen met zijn vader Arent Alles (59 jaar) door de rechter in Heerenveen wegens huisvredebreuk veroordeeld tot een boete van f 25 of 50 dagen hechtenis. Een jaar later wordt hij gewoon ingedeeld bij de 4e compagnie wielrijders.


(met dank aan het ‘Nationaal Militair Museum (NMM) Soesterberg)

In mei 1911 overleed Arent Alles, en Wilhelmus is zijn opvolger op de boerderij. In november dat jaar maakt Wilhelmus zijn testament op. Hij bepaalt dat, mocht hij ongehuwd overlijden, zijn moeder Margje Brink zijn enige erfgenaam wordt. In datzelfde jaar verschijnt de naam van Wilhelmus bij een aantal transacties. Hij staat vermeld als landbouwer, soms met de vermelding ‘veehouder’ erbij. Zo verhuurt hij in Nieuwehorne percelen als grasland voor f 1762 en verkoopt hij veldvruchten (in dit geval haver) voor f 775. In 1913 staat zijn naam als een van de leden in de akte van de coöperatieve aardappelmeelfabriek ‘Oranje’ in Beilen.
Enkele maanden voordat hij uit de dienst wordt ontslagen ‘wegens gebreken’, trouwt Wilhelmus met Grietje van der Veen. Het zit hem niet mee als boer. De vastgoed-erfenis van zijn vader, die schijnbaar op diverse plaatsen in Zuidoost Friesland impulsief grote aankopen heeft gedaan, hangt als een molensteen om zijn nek. De prijzen voor agrarische producten zijn laag. De boeren kuilen liever hun aardappeloogst in dan deze ver onder de kostprijs aan Scholtens aardappelmeelfabriek te verkopen. Wilhelmus lijkt de impulsiviteit van zijn vader te hebben geërfd, want begin januari 1921 koopt hij een huis van Herman Albertus Somer (houthandelaar in Stadskanaal en getrouwd met Geeske Hermina van der Sluis). Vier maanden later sluit hij een hypotheek van f 25000 af. De hypotheekverstrekker is opmerkelijk: het Weduwen- en Wezenfonds der Europese Officieren van het N.I. Leger te ’s-Gravenhage. In 1924 sluit hij bij een andere hypotheekverstrekker nogmaals een forse hypotheek af, nu van f 30.000. Een jaar later is zijn boerderij echter te huur voor een periode van vijf jaar. Wilhelmus is dan geen boer meer, maar heeft een hooi- en strohandel.
De crisis doet zich gelden, vooral in het zuidoosten van Friesland, en Wilh. v.d. Sluis plaatst regelmatig advertenties waarin hij hooi, stro en andere voederproducten aanbiedt.


In 1931 komt zijn boerderij weer te huur. Blijkbaar biedt zich nu geen (geschikte) gegadigde aan, want per 12 mei vraagt Wilhelmus een flinke Boerenarbeider met jongen, beiden best kunnende melken. Bij voorkeur huishouding waarvan de dochter bij gelegenheid mee kan melken. Flinke woning met tuin beschikbaar. In een volgende advertentie is hij op zoek naar een sterk mak werkpaard, ongeveer 9 jaar oud, een goede enterstier en een paar gebruikte in goeden staat verkerende boerenwaagens liefst met hooiraam en kromdissel. In arren moede probeert Wilhelmus zelf het bedrijf voort te zetten. Alle inspanningen mochten niet baten, want in 1933 staat alles te koop, zowel de boerderij als de arbeiderswoning, de werktuigen en het vee. Zelfs de naaimachine. De advertenties van Wilhelmus verdwijnen langzaam uit de kranten. In 1935 wordt hij gekozen als secretaris-ontvanger van het waterschap, een functie die hij zeker vijf jaar heeft bekleed.
Na de oorlog pakt hij de hooi en strohandel zo goed en zo kwaad als het kan weer op en vermeldt daarbij: een oud en vertrouwd adres.

Zijn zoon Arent van der Sluis overleed vlak voor zijn 22e verjaardag in Rees (D) als dwangarbeider in het Arbeitslager Groin, aangeduid als Kamp Rees, ook wel ‘De hel van Rees’ genoemd. Als beroep staat ‘boerenkecht’ aangegeven. In 2015 is op initiatief van de Historische Vereniging Appelscha e.o. een plaquette toegevoegd aan het monument met de namen van zeven Appelschasters die niet door verzet maar door oorlogshandelingen in de Tweede Wereldoorlog om het leven zijn gekomen.

4.1.5.7.7
MARGJE ARENTS

23-8-1885 Appelscha - 18-8-1964 Drachten
x Gerard Adriaan de Raadt, veearts, Ooststellingwerf 8-8-1907
11-7-1881 Ouderkerk IJ - 24-12-1929 Leeuwarden
zv Apollonius Leonardus de Raadt en Maria Hoogendijk

Uit dit huwelijk: 1. Arent (1908-1987), chauffeur te Harlingen, x Christina Lichtendahl 2. Marie x Hendrik van der Veen, TT-coureur te Glimmen 3. Hillie Martha (1912-2001) x Roel Visser, bankemployee Leeuwarden 4. Martha ( -1995) x Albert Berghuis, arts te Menaldum 5. Nellie (1921-1981)

4.1.5.7.8
HILLIGJE ARENTS

17-2-1887 Appelscha - 18-3-1955 Appelscha
x Pieter Marinus de Raadt, leraar gymnasium Tiel, Ooststellingwerf 17-5-1910
19-8-1878 Ouderkerk IJ - 5-2-1954 Ommen
zv Apollonius Leonardus de Raadt en Maria Hoogendijk